Je bent hier: Home - Activiteiten - Sint Joris

Sint Joris

E-mail Afdrukken PDF

Ieder jaar wordt er bij Scouting Christiaan de wet St. Joris dag gevierd. De legende van St. Joris staat sinds zijn dood in verbinding met Scouting. Op St. Joris zijn sterfdag (23 april) herhalen we de belofte. Met deze belofte herhalen we de dingen die we tijdens onze installatie hebben beloofd te doen. Zoals ons houden aan de padvinderswet bijvoorbeeld. Door ieder jaar terug te denken aan de beloofde dingen, benadrukken we weer waarom we scouts zijn. Verder zingen we als afsluiting met zijn allen het "Hoort, zegt het voort". Onderaan staat hiervan de tekst!



Vroeger
St. Joris dag is door Baden-Powel zelf in het leven geroepen, hij wilde dat we als scouts één keer per jaar stil stonden bij het goed en kwaad. Joris is namelijk een dappere ridder die niet alleen zegt dat hij goed is, maar ook goed doet. Hieronder staat het hele verhaal van St. Joris. Wanneer je dit gelezen hebt zul je begrijpen wat Baden-Powel bedoelt.

St. Joris
Het verhaal van St. Joris. In de vroege morgen rijdt een jonge ruiter het stadje Lydda binnen. Het is Joris. De mensen kennen Joris goed en glimlachen vriendelijk als zij zijn blije gezicht zien. Het paard van Joris, Edgar, is zijn beste vriend. Joris buigt zich voorover en geeft het paard nog eens een schouderklopje.
Vandaag is Joris 18 jaar geworden en vanmorgen zei zijn vader tegen hem: "Joris, vanaf nu ben je een man. Geef de strijd tegen de duisternis nooit op. Leg nooit je wapens neer. Ik geef je hierbij een zwaard. Het teken dat je nu een ridder bent." Joris voelt nog eens vol trots aan het zwaard dat aan zijn zij bungelt. Geschrokken ziet hij de zon al hoog aan de hemel staan. Hij moet zich haasten. Joris spoort Edgar aan sneller te rijden en zo spoeden ze zich naar de grote markt. Het marktplein is gelukkig nog leeg. Voor Joris is het de eerste keer dat hij de jaarlijkse vergadering van de mannen van het dorp mag meemaken. Joris zijn vader is stadsbestuurder, maar hij heeft Joris nog nooit verteld wat er op de grote vergadering wordt gezegd. Het valt Joris op dat niemand vrolijk kijkt.
In een lange stoet komen de oudste mannen van de stad naar voren en ze nemen plaats in de stoelen die voor hen zijn neergezet. Joris' vader staat op en neemt het woord. Hij lijkt ineens ouder dan vanmorgen.
"Beste mensen, iedereen weet waarvoor wij hier zijn. Voor diegenen die voor de eerste keer de vergadering bijwonen, zal ik ons leed toelichten. Onze stad heeft een afspraak met een draak om hem ieder jaar 10 maagden te geven. Zoals ieder jaar loten we vandaag wie we dit jaar aan de draak zullen uitleveren."
Joris snapte er niets van. Zijn eigen vader. Alles leek vanmorgen nog zo mooi en vredig en nu….. Hij vraagt een man naast zich waar hij die draak kan vinden. De man antwoord: "Ver weg, verder dan de zon." Joris draait zich kwaad om en springt op zijn paard. Dus dat was het geheim. Hij moest de mensen in de stad overtuigen niet op de wensen van de draak in te gaan. Maar ach, wie zou naar hem luisteren? Joris maakt zich steeds kwader. In ieder huis waar hij naar binnen kijkt, kan een jong meisje wonen dat straks aan de draak moet worden uitgeleverd. Hij doet zichzelf een belofte: "Hierbij beloof ik dat ik de stad zal redden. Al moet ik daarvoor het dierbaarste geven dat ik bezit."
Hoe verder Joris rijdt, hoe ruiger het landschap wordt. Hij voelt dat hij op de goede weg is. Plotseling spitst Edgar zijn oren en staat hij met een ruk stil. Joris buigt zich over de hals van het paard. In de verte klinkt een donderend geweld. Joris twijfelt. Moet hij verder gaan? Is dit niet onbegonnen werk? De gedachte aan het onrecht en de jonge onschuldige meisjes is echter sterker dan zijn angst. Hij is bang; zijn hart klopt in zijn keel. Joris denkt aan zijn belofte en vol goede moed gaat hij verder. Weer klinkt het akelige geluid, nu heel dichtbij. De grond dreunt. Met moeite houdt Joris zijn paard in bedwang. Het reusachtige monster komt op hem af, de bek wijd open. Vuur rolt over zijn tong. Zijn sterke staart zwiept het zand en de stenen weg. De draak heeft het voorzien op Edgar en uiteindelijk lukt het hem het paard te verwonden. Bloedend stort Edgar ter aarde. Joris schrikt. Hij kan het niet aanzien. Zijn dierbaarste bezit. Woede overmeestert hem en opnieuw bindt hij de strijd met de draak aan.
Urenlang duurt de strijd. Het is vreselijk. Joris denkt aan zijn ouders, zijn thuis. De veiligheid daar. Hoe lang houdt hij dit vol? Dan denkt hij aan de arme meisjes en aan de verdrietige ouders. Net zoals hij Edgar had moeten zien lijden. Zijn slapen kloppen. Met vaste hand trekt hij zijn zwaard. Het staal weerkaatst in de zon. De draak ziet het zwaard blinken. Een vreselijke brul weerklinkt en met zijn kop stoot hij een rotsblok naar Joris. Mis. Hij voelt dat zijn vlugge voeten moe worden. Joris ziet de draak verzwakken. Het bloedverlies wordt hem te veel. Een stoot, een laatste slag. De draak valt neer. Dood. Uitgeput zakt Joris ineen en hij valt al snel in een diepe slaap.
Als hij wakker wordt, denkt-ie: "Het is me gelukt." Joris slaakt een overwinningskreet. "Ik heb de draak gedood!" Een blik op Edgar maakt hem verdrietig. Zijn beste kameraad heeft hij moeten opofferen. Hij heeft veel moeten verliezen, maar hij heeft overwonnen! Vol moed en levenskracht begint hij aan zijn thuisreis. Op de weg naar huis verliest Joris druppels bloed. Overal waar een druppel bloed valt, groeit een rode tulp.
Met zijn gedeukte harnas aan loopt hij bij zijn ouders het huis binnen. Zijn vader wacht hem op en zegt: "Joris wat zie je eruit? Waar was je? We maakten ons zorgen! En, voor je antwoordt, ik heb goed nieuws, jongen. De draak is niet teruggekeerd dit jaar." Joris knikt. "En je zult hem nooit meer zien!" roept-ie uit. Joris recht zijn rug. Zijn ogen stralen als hij zegt: "Pa, ik heb de draak gedood." En in geuren en kleuren vertelt hij het verhaal aan zijn vader. Het bericht gaat als een lopend vuurtje door het dorp. Al snel wordt duidelijk dat het monster inderdaad verslagen is. Iedereen is op zoek naar Joris om hem te bedanken. Maar Joris is niet te vinden. Hij is de wereld ingetrokken om te vechten tegen het kwaad. Voor Joris is het duidelijk: het leven is een grote strijd!

Hoort, zegt het voort

Hoort zegt het voort,
dat nu jong Nederland,
niet meer teert op de kracht
van een roemrijk geslacht,
maar aan het werk gaat met eigen hand.

Werk, maakt ons sterk,
helpt ons in 't leven voort;
Wij rusten niet uit,
want wij willen vooruit,
daar de toekomst aan ons behoort.

Naar de duinen, naar de bossen,
't volle leven tegemoet,
want de frisse zin
brengt de buitenlucht er in,
en een waakzaam oor
brengt ons op het rechte spoor.

Zij die eens de vlag wil hijsen,
op het werk van onze tijd,
houdt vol haar keus,
blijft trouw aan onze leus:
Wij zijn bereid.